
Willy van Eldijk
-
Geboortedatum: 5 februari 1918
-
Geboorteplaats: Wamel
-
Overlijdensdatum: 12 mei 1940
-
Dienstplichtig Soldaat 2-I-8 R.I.

Zijn verhaal
Op de Grebbeberg bij Rhenen ontbrandde een hevige strijd tussen het Nederlandse leger en de Duitsers bij de inval op 10 mei 1940. Daar sneuvelde Willy.
Het lichaam van Willy is op 17 mei gevonden op een roggeakker ten oosten van de dierentuin. Zijn lichaam lag in 60 cm hoog roggegewas ongeveer midden op de akker. Een bergingsploeg van het Arnhemse Rode Kruis heeft hem gevonden, nadat de akker door Pioniers was vrijgegeven voor het bergen van gesneuvelden. Dit in verband met de eventuele aanwezigheid van landmijnen. Op dezelfde dag is hij begraven op de begraafplaats op de Grebbeberg.

Uit een verklaring van David Slager, reserve 1e Luitenant bij 2-I-8 R.I.
Op 10, 11, 12 en 13 mei 1940 was ik bij mijn onderdeel en als commandant in de stelling aan de Grebbe – rechtergrens bij Villa “Heimerstein”, linkergrens 200 meter ten noorden daarvan – aan de voet van den Grebbeberg, voor de Grebbe.
Op zondagmiddag, 12 mei 1940, te ongeveer 16.00 uur, werden twee van onze drie mitrailleurs door de gaten van het mitrailleurnest onklaar geschoten door de Duitsers. Enkele uren later heb ik, met mijn manschappen, mijn stelling verlaten en ben door het achterterrein in de richting van de commandopost van Regimentscommandant, Overste Henning, teruggetrokken. Ik deed dit o.a. om onder het bereik van een Duitse pantserwagen, die op de rijksweg Wageningen stond, weg te komen. Men heeft nog getracht deze pantserwagen onder vuur te nemen. Of dit gelukt is, weet ik niet. De sergeant-stukscommandant van het IIe Bataljon, die in den meest rechtse geschutskoepel van het Bataljon zat, heeft wel op deze pantserwagen gevuurd.
Er was inmiddels een voltreffer in de stelling gekomen, waarbij de korporaal v.d. Kamp, soldaat Van Eldijk en anderen gewond raakten. Sergeant Diersen heeft nog getracht, deze gewonden te transporteren, hetgeen echter niet mogelijk bleek. V.d. Kamp en Van Eldijk zijn aldaar overleden.
Het was zondag, 12 mei 1940, om ongeveer 21.00 uur, toen ik mij met mijn manschappen, bij den Regiments Commandopost van Overste Henning, heb gemeld. Wij zijn toen in stelling gebracht voor het Levendaalse Bos. Daar zijn wij in stelling gebleven tot maandag 13 mei 1940. Om 14.00 uur
waren wij geheel door Duitsers omsingeld. Daar zijn wij krijgsgevangen gemaakt.
Willy was het 7e kind uit de familie van Hendrikus van Eldijk (1879-1962) en Wilhelmina van Lieverloo (1884-1961).
Het gezin had 13 kinderen waaronder 11 jongens en 2 meisjes. Hentje zei altijd een elftal al moest hijzelf ook in het veld, want een van de jongens was levenloos geboren.
Veel van de jongens voetbalden.
Willy heeft ook even gevoetbald bij Leones.



Ooggetuigenverhaal herdenking 2026
Willy van Eldijk. Mijn verhaal.
Op 5 februari 1918 ben ik geboren. Mijn vader is Hentje van Eldijk. Mijn moeder heette Mientje. Haar achternaam: Van Lieverloo. Wij woonden in een huis aan de rand van Benedeneind op de hoek Achterstraat/Schedsteeg. Wij waren met 13 kinderen. 11 jongens en 2 meisjes. Ik was de zevende in de rij. Ons pa noemde het zijn voetbalelftal, al moest hij dan zelf het veld in, want één van de jongens is ooit levenloos geboren. Die telde dus wel mee, maar in het veld vulde ons pa zijn plaats op. Veel van onze jongens voetbalden bij Leones. Heb ik zelf ook een tijdje gedaan. Wij jongens gingen naar de jongensschool in de Waterstraat, de meisjes naar de meisjesschool bij het klooster aan de dijk. Zo groeide ik op in een groot gezin op het platteland van Maas en Waal.
Op mijn 18e moest ik in militaire dienst, dat was in 1936. Tja, en vlak na mijn diensttijd kon ik wéér opkomen voor het vaderland. Dat was in 1939, de mobilisatie. Er dreigde oorlog. In september 1939 was Polen overlopen door de Duitsers. Wanneer zouden wij aan de beurt zijn?
Als je in Benedeneind op de dijk staat kun je in de verte de Grebbeberg zien liggen. Was er nog nooit geweest. Wist wel dat daar Rhenen lag en op die berg de dierentuin: Ouwehands dierenpark.
Daar op de Grebbeberg ben ik tijdens de mobilisatie terechtgekomen. Wij hebben er loopgraven aangelegd en stellingen, zeg maar schuttersputjes. Er zijn ook bunkers gebouwd.
In onze vrije tijd konden we wat van het landschap genieten. Bovenop de berg kun je bij helder weer Maas en Waal zien liggen. Vreemd toch, je waant je hier in deze natuur in een andere wereld, maar in feite is het zo dichtbij ons vlakke grasland in de polder.
Mijn plek is in een stelling aan de oostzijde van de Grebbeberg. De weg vanaf Rhenen over de Grebbeberg richting Wageningen kijken wij op uit. Vóór ons een grote vlakte, waar alle bomen gekapt zijn, zodat wij een beter zicht hebben over de velden in de verte. Vlakbij aan de voet van de Grebbeberg staat een groot deftig landhuis, een villa. Ze noemen het Heimerstein.
Op vrijdag 10 mei hoorden we dat de Duitsers ons land waren binnen gevallen. Er gingen tegen de avond geruchten, dat de Duitsers Wageningen al bereikt hadden. We zetten ons schrap.
De volgende dag, zaterdag 11 mei, hoorden we in de verte vanuit Wageningen artillerie granaten afvuren. In het open veld voor ons tussen de Grebbeberg en Wageningen zagen we de inslagen, rookpluimen, vuurfonteinen. Onze voorposten daar werden onder vuur genomen. In de loop van de dag zagen we vluchtende Nederlandse militairen onze kant opkomen. De voorposten werden verlaten.
In de nacht van zaterdag op zondag, van 11 op 12 mei, barstte een echte hel los. De vijand lag vlak voor onze stellingen. Wij kwamen onder artillerievuur te liggen. Er hing al een vreemde sfeer omdat uit de dierentuin ontsnapte apen en exotische vogels angstaanjagende geluiden produceerden. Elk moment konden de Duitsers onze stellingen overlopen in de duisternis. We kwamen de nacht redelijk ongeschonden door, maar op zondagmiddag werden drie van onze mitrailleurs door de gaten van het mitrailleursnest heen onklaar geschoten door de Duitsers. Op de rijksweg stond een Duitse pantserwagen richting onze stellingen te vuren. Op het moment dat onze commandant besloot de stelling te verlaten om van het vuur van die pantserwagen weg te komen, kreeg onze stelling een voltreffer en raakte ik gewond. Sergeant Diersen pakte me op om me uit de stelling weg te slepen. Ik voel dat er aan me gesjord wordt, dat ik weggedragen wordt. Ik verlies het bewustzijn. Het wordt donker om me heen. Daar in de verte ligt Maas en Waal en toch nog hemelsbreed dichtbij stopt het leven voor mij.
Naschrift.
In Maas en Waal is niet gevochten aan het begin van de oorlog, in de meidagen van 1940. Wel konden bewoners van Leeuwen op de dijk de artilleriebeschietingen horen. ’s Nachts waren ook lichtflitsen zichtbaar. En daar in dat strijdgewoel is Willy van Eldijk gesneuveld.
Op 17 mei wordt Willy gevonden. Zijn lichaam wordt aangetroffen op een roggeakker ten oosten van de dierentuin. Hij lag daar met elf andere gesneuvelde Nederlandse militairen in ongeveer 60 centimeter hoog roggegewas midden op de akker. Willy is gevonden door een bergingsploeg van het Rode Kruis, nadat de akker was vrijgegeven voor het bergen van gesneuvelden. Dit in verband met de eventuele aanwezigheid van landmijnen. Op dezelfde dag is hij begraven op de militaire begraafplaats op de Grebbeberg.
In een verslag van David Slager, reserve 1e luitenant bij Willy’s legeronderdeel, wordt de dood van Willy beschreven.
Citaat: “Op 10, 11, 12 en 13 mei was ik bij mijn onderdeel als commandant in de stelling aan de Grebbe, aan de voet van de Grebbeberg, voor de Grebbe. Op zondagmiddag 12 mei heb ik getracht onder het bereik van een pantserwagen, die op de rijksweg Wageningen stond, weg te komen. Een van de geschutskoepels van het bataljon heeft nog getracht deze pantserwagen onder vuur te nemen. Ik weet niet of dat gelukt is. Er was inmiddels een voltreffer in de stelling gekomen. Waarbij soldaat van Eldijk en anderen gewond raakten. Sergeant Diersen heeft nog getracht deze gewonden te transporteren, hetgeen niet mogelijk bleek. Twee soldaten, waaronder Van Eldijk, zijn aldaar overleden.”
De groep, waarvan Willy deel uitmaakte, heeft zich nadien verplaatst naar het Levendaalse bos, waar zij op maandagmiddag 13 mei om 14.00u door Duitsers werden omsingeld. Daar werden zij krijgsgevangen gemaakt.