
Piet Hulsen
Piet Hulsen is omgekomen bij het beruchte vergissingbombardement op Nijmegen op 22 februari 1944
Zijn oudste zoon Arnold Hulsen vertelt het verhaal met dramatische afloop.
” Voor mijn verhaal moet ik U meenemen, 60 jaar terug in de tijd, het is dan dinsdag 22 februari 1944, het vierde jaar van de laatste wereldoorlog. Vader was bijna 44 jaar, hij werkte op de meubelfabriek. Zijn werk was het bedienen van de vierzijdige bank, de grootste machine die er stond.
Hij was er wel trots op dat hij daarmee werkte. Die machine verwerkte dagelijks een berg hout, aan vier kanten tegelijk, wat ook veel afval opleverde. Dat afval werd door wel 5 of 6 buizen weggezogen en afgevoerd. Die sterke afzuiging maakte, dat het werken aan die machine een koude aangelegenheid was, zeker in de winter.
Door die kou kreeg hij problemen met één hand, die zou bevroren geweest zijn. Hij is daarvoor behandeld in een kliniek in Brakkenstein. Daarna moest hij regelmatig naar Nijmegen voor controle.
Begin 1944 kreeg hij daartoe weer een verwijskaart en na allerlei uitstel ging dat dus op die dinsdag de in februari 1944 gebeuren.
Het was Vastenavond — veertigurengebed — en moeder was al naar de vroege mis. Vader hielp de kinderen naar school en ik zie hem nog bij de achterdeur staan, toen hij mij uitliet. Dat was iets bijzonders, want normaal was hij om die tijd allang naar de fabriek.”
“Het was die dag prachtig weer, de zon stond hoog aan de hemel. Zoals in die tijd gewoon was, waren er geregeld grote aantallen bommenwerpers in de lucht, die richting Duitsland vlogen of weer terug naar hun basis in Engeland.
Wij hebben in Druten bij de school naar al die bedrijvigheid staan kijken. Later hoorden we dat Nijmegen gebombardeerd was en drong tot mij door dat vader daarheen zou gaan. Ik zei tegen de leraar “Onze vader is vandaag naar Nijmegen”. Zijn antwoord was: “Dan zal die vanavond veel te vertellen hebben”.
Na school vlug naar huis, waar de onheilsboodschap ook al doorgedrongen was. Met spanning wachtten we af wanneer hij thuis zou komen.
Vader is met de bus vanuit Druten naar Nijmegen gegaan. De bus moest buiten de stad wachten omdat er luchtalarm was.
Na het sein dat alles veilig was, is de bus doorgereden de stad in, waar zij door het bombardement werden overvallen.
In enkele minuten vielen er meer dan 800 doden.”
“Van alles wat zich in Nijmegen afgespeeld had wisten wij hier niets, Alle communicatiemiddelen van nu bestonden immers nog niet, onze radio’s waren door de Duitsers in beslag genomen, zelfs de krant was verboden. Er bleef niets anders over als afwachten, maar de bezorgdheid nam toe.
De buren liepen natuurlijk in en uit en iedereen had wel een geruststellend verhaal zoals “Och je weet wel hoe Piet is, die is daar natuurlijk aan het helpen en er rijden trouwens ook geen bussen meer.” Maar moeder antwoordde: “Als hij had moeten lopen was hij nu thuis geweest”, en later: “Als hij moest kruipen had hij hier al gestaan, dus is hij verongelukt”.
Onweerstaanbaar, drong de bange waarheid tot ons door. Woensdagmorgen zijn twee buurmannen met de fiets naar Nijmegen gegaan om te zoeken en ze vertelden later dat ze vader al vlug gevonden hadden, in de veilinghal aan de Graafseweg, te midden van nog honderden andere doden die daar in lange rijen neergelegd waren.
Die middag kwam pastoor Zijlmans, hij was aangewezen om het slechte nieuws te gaan vertellen. De man wist er zelf ook geen raad mee, hij begon dat vader zwaargewond was maar in een adem kwam het hoge woord er uit, vader zou niet meer terugkomen. Moeder bleef achter met 8 kinderen van 1 tot 14 jaar.
De dagen daarna kwam het nieuws uit Nijmegen maar mondjesmaat, benadrukt werd dat er geen mogelijkheden waren om slachtoffers naar hun woonplaatsen te vervoeren.
Op het kerkhof aan de Graafseweg hadden ze een massagraf gemaakt waarin alle kisten werden opgesteld. Ook is er op zaterdag een religieuze dienst gehouden in de Vereeniging. Deze verhalen hoorden wij pas achteraf en ze wekten alleen maar onbegrip. Uiteindelijk mochten op maandag de mensen van buiten de stad opgehaald worden om ze in hun woonplaats te begraven.
Dinsdag 29 februari, het was een schrikkeljaar, is vader begraven hier op het kerkhof, waar hij nu nóg rust.”


Ooggetuigenverhaal herdenking 2026
Piet Hulsen. Mijn verhaal
Op 13 maart 1900 ben ik geboren.
Samen met mijn vrouw heb ik een gezin van acht kinderen. Drie zoons en vijf dochters. Eén van mijn zoons overleed op negenjarige leeftijd. Wij wonen in De Pas op nummer 462 in Beneden-Leeuwen.
Ik werk op een meubelfabriek, zoals heel veel mannen in ons dorp. Tussen de middag fietsen er hele rijen met beige overalls naar huis om te gaan eten en tegen één uur fiets ik net als al die anderen weer terug naar de fabriek. Naast mijn werk als meubelmaker, klus ik wat bij op de mandenmakerij van Zondag. Typische bedrijvigheid in onze streek, waar in drassig land veel teenhout groeit.
Overdag ben ik dus te vinden op Salet’s Meubelfabriek. Ik werk in de machinale, de afdeling waarin gezaagd wordt, geschuurd, geschaafd en gefreesd. De grootste machine, die er op die afdeling staat, bedien ik: de vierzijdige bank. Die machine verwerkt dagelijks een berg hout, aan vier kanten tegelijk. Dat levert veel afval op. Dat afval wordt door wel 5 of 6 buizen weggezogen en afgevoerd.
Die sterke afzuiging maakt, dat het werken aan die machine een koude aangelegenheid is, zeker in de winter. Door die kou kreeg ik problemen met één hand, die bevroren zou zijn geweest. Ik ben daarvoor behandeld in een kliniek in Brakkenstein. Sindsdien moet ik geregeld naar Nijmegen voor controle.
Vandaag 22 februari 1944 ga ik weer op pad voor een medische controle. Begin van het jaar had ik al een verwijskaart gekregen en na allerlei uitstel gaat het dus vandaag gebeuren.
Het is vandaag Vastenavond en mijn vrouw is al voor dag en dauw naar de vroegmis. Ik help dus vandaag de kinderen naar school en zwaai ze bij de achterdeur uit. Nu kan ik het doen, want ik moet naar Nijmegen. Normaalgesproken zou ik allang op de fabriek zijn.
Eerst op de fiets. Het is prachtig weer. De zon staat hoog aan de hemel, maar het is koud. Heb me goed aangekleed, dikke winterjas aan, pet met oorkleppen op. Naar Druten. Pas vanaf daar rijden er bussen naar Nijmegen.
In de lucht is het druk. De laatste tijd is dat heel normaal. Grote aantallen bommenwerpers op weg naar Duitsland en dan ook weer die ervan terugkeren.
De bus rijdt vanaf Druten richting Nijmegen, maar buiten de stad moeten we wachten omdat er luchtalarm is. Het sein “veilig” wordt gegeven en we rijden de stad in richting station. Wij komen op het stationsplein aan. Plotseling horen we het gebrom van naderende vliegtuigen. Toch vreemd, want het sein veilig was gegeven. We zien ineens rookpluimen van inslaande bommen vanuit het centrum op ons afkomen. We moeten de bus uit, dekking zoeken, maar waar zijn we veilig op dit grote open plein? De denderende inslagen komen dichterbij. Een vreselijke klap, een verstikkende luchtdruk en alles wordt donker……………