
Bas Kreeft
-
Geboortedatum: 22 januari 1922
-
Geboorteplaats: Willemstad
-
Overlijdensdatum: 13 maart 1945 te Kleef (D) door een bombardement
-
Soldaat bij de 1e Compagnie Commando Brabant
Bas Kreeft. Mijn verhaal
Ik ben Bas Kreeft. Oorspronkelijk kom ik uit Willemstad, maar ik heb tijdens de Tweede Wereldoorlog een bijzondere band met Beneden-Leeuwen gekregen.
In Willemstad ben ik geboren op 22 januari 1922. Ik had een zus, Neeltje, en een twaalf jaar jongere broer, Piet. Daar in het westen van Brabant liggen mijn roots. Herinner me de mooie tijden daar, dat ik met mijn broertje ging zwemmen in het Helse Haventje. Daar op het platteland was de wereld klein. Kende mijn omgeving tussen Fijnaart en Klundert. Verder kwam ik niet. Maar daar kwam verandering in toen de wereld op z’n kop kwam te staan na de inval van de Duitsers.
In 1942 bracht ik samen met een vriend een bezoek aan de militaire begraafplaats op de Grebbeberg. Door die indrukwekkende gebeurtenis kwamen we daar tot het besluit in actie te komen tegen de Duitsers. We besloten in het verzet te gaan. Op zekere dag ben ik vertrokken uit Willemstad. Heb mijn ouders verteld, dat ik in een garage in Breda een baan had gevonden, dat ik daar ging werken. Ik moest voorzichtig zijn, want op dat moment zaten er vier Duitse militairen bij ons ingekwartierd op de zolder. Van mijn broertje hoorde ik later dat één van de vier behoorlijk fanatiek was. De andere drie wilden helemaal geen oorlog. Die wilden alleen maar naar huis, naar hun Heimat. Om niet te veel argwaan te wekken kwam ik aanvankelijk in de weekenden thuis. In werkelijkheid zat ik in het georganiseerde verzet in Tilburg.
Toen de geallieerden in juni 1944 in Normandië geland waren en oprukten naar de grens van Nederland ben ik met een groepje verzetsmensen richting België gegaan om verbinding te zoeken met de geallieerden. Toen de geallieerden de grens van Nederland passeerden tijdens de start van Operatie Market Garden moesten alle verzetseenheden zich melden op het zogenaamde “concentratiepunt” te Eindhoven. Het verzet bestond vanaf dat moment officieel niet meer. Iedereen werd lid van de Binnenlandse strijdkrachten. Vanaf half september 1944 was ik ingedeeld bij het regiment Stoottroepen, commando Brabant. Onder bevel van commandant Chef de Groot kreeg ik een militaire training. Ik vormde met mijn kameraden uit het verzet de 1e compagnie Stoottroepen. Wij hadden nog geen uniform, maar iedereen droeg een blauwe overall met een oranje mouwband.
Wij waren koud klaar met onze training en opleiding, toen de 1e compagnie werd opgeroepen voor inzet aan het Waalfront. Maas en Waal was bevrijd, maar er vonden daar nog steeds schermutselingen met de Duitsers plaats. Er waren in de nacht van 6 op 7 oktober aan de dijk in Leeuwen over een afstand van twee en een halve kilometer huizen in brand gestoken. Onze hulp werd gevraagd door de Engelsen. Aanvankelijk probeerde de ondergrondse daar de dijken ’s nachts te bewaken, maar zij stonden machteloos tegen de overmacht van de Duitsers.
In drie vrachtwagens togen wij naar Beneden-Leeuwen. Wij waren 123 man sterk, bijna allemaal Brabantse jongens. Vanaf De Bosoven in Boven-Leeuwen tot de Veerweg in Wamel bewaakten wij de dijk. Op de dijk was het absoluut niet veilig. Tussen de resten van de verbrande dijkhuizen richtten we onze stellingen in. In de stelling twee mannen. In de buurt van een stelling altijd een woning, waarvandaan onze stelling gedekt werd door twee kameraden. Twee anderen liepen wacht naar de volgende stelling op een afstand van ongeveer 500 meter. We hebben spannende tijden meegemaakt als er Duitsers overkwamen. We waren ingekwartierd in de dorpen aan de Waal. Ik lag met mijn kameraden in de kleuterschool te Beneden-Leeuwen. Op 1 november al sneuvelde er een jongen uit onze compagnie, Jan van den Berg. Er vielen granaten bij het klooster hier vlakbij de kleuterschool. Die granaten hebben ook het leven van een kloosterzuster gekost.
In tijden dat het wat rustiger was aan de dijk kregen we de kans om te ontspannen. We leerden de mensen in het dorp kennen. In het theater aan de Zandstraat werden dansavonden georganiseerd. Daar maakte ik uiteraard kennis met meisjes uit het dorp.
Ook kreeg ik een paar keer de kans een bezoek te brengen aan Willemstad. Onze streek was namelijk toen al bevrijd. Ondertussen hadden we een Engels uniform gekregen en dat maakte vooral indruk op mijn broertje Piet. Ik heb hem laten schieten met mijn stengun. Achter ons huis aan de Stadsedijk woonde niemand en het was één ijsvlakte tot aan Heijningen. Ons Pietje hoorde en voelde het geratel van de kogeltjes. Ik had wat oorlogssouvenirs meegenomen, zoals een Duitse koppelriem en een Duitse helm. Die had ik buitgemaakt, toen we tijdens de tijd van verzet in België een Duitse soldaat op een motorfiets tegen een over de weg gespannen draad hadden laten rijden.
Zoals gezegd leerde ik mensen in de dorpen kennen. Ook in Dreumel waar we een tijdje gelegerd waren. Daar werd ik een goede bekende van de familie van Teeffelen. Wij trokken veel op met jongens van het verzet, de “groep Dreumel”, die later ook bij de Stoottroepen gingen horen als de 7e Compagnie.
Maar met Beneden-Leeuwen heb ik een bijzondere band. Daar leerde ik Henny Jacobs kennen. Op zeker moment was zij geen gewoon vriendinnetje meer, want we kregen serieus verkering. Haar familie woonde aan de Achterstraat aan de rand van het dorp.
Helaas moest ik voor langere tijd afscheid van haar nemen. De 1e compagnie werd in februari 1945 ingekwartierd in Nijmegen. De Geallieerden zouden vanuit Nijmegen een aanval op Duitsland starten en wij zouden dan de aanvallende eenheden volgen ter ondersteuning, vaak als bewakingstroepen. Wij kregen de taak krijgsgevangenen te bewaken. Toen ik tijdens de voorbereiding van die manoeuvre richting Duitsland in Nijmegen ingekwartierd zat heb ik nog geprobeerd contact met Henny te krijgen. Dat is helaas niet gelukt. Nijmegen zat volgepropt met militairen en militair materieel. Alles en iedereen werd streng gecontroleerd. Er was geen doorkomen aan.
Februari 1945.
Wij trekken Duitsland in. In Kleef is het een puinhoop. De stad is zwaar getroffen door bombardementen en bij tijd en wijle is het er nog steeds niet veilig. Telkens moeten wij beschutting zoeken. De Duitsers geven zich nog steeds niet gewonnen.
Vandaag, 13 maart, is het weer raak. Ik moet vluchten, een veilig heenkomen zoeken, maar plotseling slaat vlakbij een bom in. De wereld wordt zwart om me heen.
Vaarwel vader en moeder, zus Neeltje en broertje Piet, dag Henny.
Lees meer over het leven van Bas Kreeft:
Nadat hij zich aangesloten heeft bij de 1e compagnie stoottroepen commando Brabant, wordt hij vanaf oktober 1944 gelegerd in de kleuterschool in Beneden-Leeuwen. Hij leert daar al snel Henny kennen en krijgt verkering met haar. Ook heeft hij contact met de familie van Teeffelen in Dreumel. De eenheid van Bas trekt in maart 1945 met de geallieerden mee Duitsland in.
Wat Bas dan waarschijnlijk nog niet weet, is dat zijn vriendin Henny zwanger is van hem. Op 12 maart 1945 schrijft Bas een brief aan de familie van Teeffelen. Hij hoopt dat hij snel op verlof mag en dat hij dan naar Beneden-Leeuwen kan om Henny te bezoeken. Op 13 maart 1945 komt Bas in de Duitse stad Kleef om het leven bij een bombardement.
Henny wordt door haar ouders naar Moederheil in Breda gestuurd. Moederheil was een doorgangshuis voor ongehuwde moeders en hun kinderen. Op 25 juli 1945 bevalt zij van een dochter die naar de moeder genoemd wordt: Hendrika Johanna Jacobs. Zij krijgt haar meisje niet te zien en na 6 dagen wordt dochter Hendrika aan haar pleegouders overgedragen, die haar Yvonne zullen noemen. Henny gaat “in betrekking” en werkt onder andere in Nijmegen en Zeist.
Op 6-jarige leeftijd krijgt Yvonne te horen dat haar pleegouders niet haar biologische ouders zijn. Bij het behalen van het MULO diploma hoort Yvonne pas voor het eerst haar (wettige) geboortenaam. Uit respect voor haar pleegouders gaat Yvonne pas na hun dood op zoek naar haar moeder die dan in Arnhem woont. Henny is inmiddels getrouwd en heeft nog twee kinderen gekregen: een zoon en een dochter.
Het contact verloopt moeizaam omdat de echtgenoot van Henny niets te maken wil hebben met het verleden van zijn vrouw. Yvonne krijgt de gelegenheid om een uur met haar moeder te spreken waarna het contact verbroken wordt. Tijdens dit gesprek hoort zij voor het eerst de naam van haar vader en dat hij als militair gesneuveld is.
Jaren later wordt Yvonne opgespoord door een nicht, de dochter van Nolda, de jongste zus van Henny. Deze nicht zorgt ervoor dat het contact met de moeder en een deel van de familie Jacobs, hersteld wordt.
In dezelfde tijd gaat Yvonne op zoek naar informatie over haar vader, Bas Kreeft. Via de website Brabantse Gesneuvelden komt zij in contact met Piet Kreeft, de twaalf jaar jongere broer van Bas. Piet heeft nog waardevolle informatie voor haar over haar vader zoals foto’s, brieven, persoonsbewijs, verhalen en herinneringen.
Yvonne bezoekt jaarlijks het graf van haar vader op het ereveld van de stoottroepen in Beneden-Leeuwen en eert hem daar met bloemen.



